Gedicht stadsdichter Ellen Deckwitz over Saskia Uylenburgh 2026

Ter gelegenheid van het Saskia Ontbijt 2026 schreef stadsdichter Ellen Deckwitz een gedicht.

Het komt goed

Je wist allang hoe broos het leven van een vrouw was. Bij de eerste
zwangerschap liet je meteen je testament opmaken. Duizelig
van de ochtendmisselijkheid ondertekende je het document

en ’s nachts woelde je onder de lakens. Want je wist hoe makkelijk
het kraambed kon veranderen in een doodsbed, je wist
dat je geen enkele garantie had.

Je eerste leefde nog geen twee maanden. Je tweede geen vier weken,
je derde werd veertien dagen later alweer begraven. Je hemd doorweekt
van melk die niet meer nodig was.

Toen de vierde zich aandiende waagde je het niet meer te hopen.
Toch keek je telkens over de rand van de wieg. Ademt hij nog?
Hij ademt nog.

Weglopen, teruglopen, kijken.
Kijken, afkloppen, kijken.

Weglopen, teruglopen, kijken.
Kijken, afkloppen, kijken.

Weglopen, teruglopen, afkloppen,
Kijken, kijken, kijken

en al die tijd niet hechten, niet hechten,
niet hechten, teruglopen, kijken,

tóch hechten. Na anderhalf jaar durfde je een koosnaam aan.
Na vier leerde je hem knikkeren.* En iedere avond sloop je zijn kamertje in.

,,Ben je er nog?” vroeg je dan aan het donker.
,,Ik ben er nog,” antwoordde het donker zacht.

Opgelucht doofde je de kaars, nauwelijks gelovend dat dingen ook goed
konden komen, zacht neuriënd ging je in het duister op.

Ellen Deckwitz


*Saskia Uylenburgh stierf negen maanden na de geboorte van haar zoon Titus van Rijn. Ellen Deckwitz roept het beeld op van het leven dat zij met hem had kunnen hebben.