|
Dit orgel werd tussen 1724 en 1726 gebouwd door Christiaan Vater. Vater, die tevens organist was, had gedurende de jaren 1697-1702 gewerkt in de werkplaats van Arp Schnitger in Hamburg en aldus werd het 45 registers tellende Oude Kerksorgel vervaardigd in de Noord-Duitse barokstijl.

Het verving het instrument, waarop de beroemde componist en organist Jan Pieterszoon Sweelinck had gespeeld.
Kort na de voltooiing van het Vater orgel begon de kerktoren ernstige tekenen van verzakking te vertonen. Wegens instortingsgevaar moest het gehele orgel worden gedemonteerd. Nadat de fundering van de Toren was hersteld, ontving Johan Caspar Müller de opdracht het orgel te herplaatsen. Van deze gelegenheid werd gebruikt gemaakt om het orgel een krachtiger en vokalere aanpak naar Hollandse trant te geven. Het werd gewijzigd en vergroot, o.a. door de toevoeging van 9 nieuwe registers en de daarmee gepaard gaande vernieuwing van windladen en traktruur, door verhoging van de winddruk, opschuiving van pijpwerk, waardoor het mensuurbeeld werd verwijd en door vermeerdering van vulstemmen en dubbelkoren.
In de jaren 1869 en 1879 werd het orgel opnieuw ingrijpend gewijzigd en omgeïntoneerd naar de smaak van de tijd door C.F.G. Witte.
De komende jaren zal een nieuwe restauratie van het orgel plaatsvinden.
Henk Verhoef op het groot orgel te zien: hier
|