De Alteratie

Met de Alteratie sloot Amsterdam zich aan bij de protestantse opstandelingen onder leiding van Willem van Oranje. Het was een revolutie zonder bloedvergieten, waarna de protestantse kerk de publieke kerk van Amsterdam werd. Kloosters werden gesloten en De Oude Kerk werd ingericht voor de protestantse eredienst.

Beelden vernietigd

Het interieur van De Oude Kerk was na de beeldenstorm behoorlijk gehavend. Wat er nog over was, werd na de Alteratie definitief uitgeruimd. Het sacramentshuis, de altaren, de panelen, de heiligenbeelden en de tapijten werden verkocht of vernietigd. Het liturgische goud en zilver werd omgesmolten. Alleen de beelden en schilderingen op het tongewelf, te hoog om bij te komen, bleven behouden. Het gewelf en de muurschilderingen net onder het gewelf werden overgeschilderd, er kwam een nieuw eikenhouten koorhek met daarboven de volgende tekst: 't Misbruyk in Godes Kerk allengskens ingebracht is hier weer afgedaen int jaer tseventich cht XVc'. Met het 'misbruik in Gods kerk' bedoelden de protestanten de rooms-katholieke eredienst.

Van altaar naar preekstoel

In de katholieke eredienst was de meeste aandacht gericht op het hoofdaltaar, de preken waren minder belangrijk. De zitplaatsen waren dan ook naar het oosten gericht in de richting van het altaar. Bij de protestanten ging het vooral om het gesproken woord en daarom werd de preekstoel in het middenschip de belangrijkste plek. Rondom de pilaren kwamen speciale kerkbanken voor de burgemeesters, de schout en schepenen en andere notabelen. De minder bevoorrechten hadden geen vaste zitplaats en vrouwen moesten hun eigen stoel meenemen. Alleen deftige dames konden een plek reserveren in het doophuis, waar welgestelde burgers zaten.

 

Graven op Internet

Een zoektocht naar de levens van Amsterdammers toegedekt door grafstenen in De Oude Kerk van Amsterdam.
Zie www.gravenopinternet.nl