| 1. |
Koos van Huisstede, zoon van de beeldhouwer |
| 2. |
De man die rustig loopt te drinken, is een vrolijke losbol |
| 3. |
De twee geldbuidels behoren bij het embleem van de Binnenlandvaarders, betekenis: 'Al nut' en 'Al nyet' Geld is nuttig en geld is, in het aanschijn van de dood, niets waard. |
| 4. |
Twee mannen die in vrijwel identieke stand tegenover elkaar zitten. |
| 5. |
Een schip, zoals die ook op het gewelf van de Binnenlandvaarders is afgebeeld. Betekenis: Roeien tegen de wind in. |
| 8. |
Opperman Jan Hop. |
| 9. |
In middeleeuwse boeken werden verhalen verteld over mensen, die erg klein waren en strijd leverden met kraanvogels. |
| 10. |
Een mensenkop, die overgaat in gebladerte. Soms bekend als 'Wildeman' |
| 11. |
bloemversiersel |
| 12. |
bloemversiersel |
| 13. |
inmiddels toegevoegd: dhr. Vogel, voormalig organist van de Hervormde Gemeente. |
| 14. |
'De hond in de pot vinden.' |
| 15. |
bloemversiersel |
| 16. |
'Twee zotten onder een kap.' |
| 17. |
'Al smedende wordt men smit.' |
| 18. |
Twee mannen die aan het vechten zijn. Hier wordt woede, een van de hoofdzonden afgebeeld, en de zelfbeheersing of zachtmoedigheid. |
| 19. |
Een varken die aan het spinnen is. Op een 15e houtsnede werd eenzelfde varken afgebeeld, die zich beklaagde over het feit dat zij zo hard moest werken voor de kost. |
| 21. |
Beeldhouwer J. van Huisstede |
| 22. |
Mej. Bijtelaar, archivaris van de Oude Kerk. |
| 23. |
Een dokter met een urineglas. |
| 24. |
'De vos is monnik geworden.' Wellicht een afbeelding van Reynaert de vos. |
| 26. |
Een vrouw haspelt datgene wat een gehurkte, naakte man produceert. Betekenis: 'Aan een zwak touw moet men zachtjes trekken.' |
| 27. |
bloemversiersel |
| 28. |
'Ik moest een ezeltje schijtgeld hebben' of 'Het geld groeit me niet op de rug.' |
| 29. |
'Hij zit tussen twee stoelen.' |
| 30. |
'Met het hoofd tegen de muur lopen.' |
| 31. |
bloemversiersel |
| 32. |
Een kat die opkijkt naar een vleermuis. |
| 33. |
Net als de kat en de vleermuis is de uil een nachtdier, die werden gebruikt om heksen en andere duistere machten af te schrikken. |
| 34. |
'Gapen tegen de oven.' Betekenis: Men moet niet proberen het onmogelijke tot stand te brengen. |
| 35. |
Twee mannen, bezig met het steigerspel, waarbij het de bedoeling is de tegenstander omhoog te trekken. Bij de verliezer is zijn brook als al een stuk afgezakt. |
| 36. |
Bouwkundig tekenaar J. Verhaar. |