Jan Pieterszoon Sweelinck (1562 - 1621)

Oktober 2010

Jan Pieterszoon Sweelinck (Deventer 1562 - Amsterdam 1621) was kind van Pieter Sywertsz. en Elsgen Sweling.

Locatie: Kooromgang nr. 99

Het gezin verhuisde al voor 1566 naar Amsterdam, waar zijn vader organist werd in de Oude Kerk. Jan kreeg zijn schoolopleiding van de laatste katholieke pastoor van de Oude Kerk, Jacob Buyck. Zijn muzikale scholing kreeg hij van zijn vader en na diens overlijden in 1573 van de Haarlemse stadsspeelman Jan Willemsz Lossy.

Jan Pieterszoon is waarschijnlijk kort na de dood van zijn vader aangesteld als organist van de Oude Kerk. Het waren onrustige jaren en zijn definitieve aanstelling als stadsorganist volgde pas na de Alteratie van 1578. De musicus, die zich later naar de achternaam van zijn moeder Sweelinck ging noemen, bleef tot aan zijn dood in dienst van de stad.

In 1590 trouwde Sweelinck met Claesgen Dircxdr. Puymer, de dochter van een koopman uit Medemblik. Het echtpaar kreeg zes kinderen, waarvan de oudste zoon Dirck (1591-1652) zijn vader na diens dood opvolgde als organist van de Oude Kerk. Sweelinck woonde aanvankelijk in een woning aan het kerkhof naast de kerk, maar verhuisde later naar een huis in de Koestraat.

Sweelinck was al tijdens zijn leven wijd en zijd beroemd als organist en componist. Hij slaagde erin om in zijn werk op geheel eigen wijze een synthese tot stand te brengen met de Venetiaanse en Engelse muziek. De musicus is vermoedelijk ten tijde van zijn benoeming in stadsdienst overgegaan van het katholieke geloof van zijn jeugd tot de hervormde religie. Hij was met zijn toonzetting van de 150 psalmen één van de eerste grote componisten van de Nederlandse, hervormde kerkmuziek. Zowel Sweelincks kerkelijke als zijn profane composities vormen een overgang tussen de middeleeuwse muziek en de moderne barok muziek.

Sweelinck was één van de beroemdste orgelvirtuozen van zijn tijd. Hij gaf niet alleen openbare orgelconcerten in de Oude Kerk, maar hij speelde ook bij talrijke ontvangsten en andere door de stad georganiseerde festiviteiten. Onder zijn talrijke bewonderaars waren ook enkele Amsterdamse kooplieden die hem een bedrag van 200 guldens schonken en dat door speculaties tot 40.000 gulden lieten aangroeien.

Omdat hij als stadsorganist vrijwel dagelijks dienst had, was hij zelden in de gelegenheid om Amsterdam te verlaten om elders uitvoeringen ten gehore te brengen. Er zijn alleen enkele dienstreizen naar Harderwijk en Deventer bekend om advies te geven bij het herstel van orgels. In 1604 ging hij naar Antwerpen om een klavecimbel voor de stad te kopen. Sweelinck mag dan zelf niet veel gereisd hebben, zijn muziek deed dat wel. Zijn werk - in druk en als handschrift - vond zijn weg door heel Europa.

Sweelinck stond bovendien bekend als een uitstekend muziekleraar. Onder zijn studenten bevonden zich behalve Nederlanders ook veel leerlingen uit Duitsland, Polen en Zweden. Tot zijn leerlingen behoorden S. Scheidt en H. Schedemann, de stichters van de Duitse orgelschool, waardoor de invloed van Sweelinck indirect doorwerkte tot in het werk van componisten als Johan Sebastiaan Bach.

Jan Pietersz. Sweelinck overleed op 16 oktober 1621. Hij liet een oeuvre na van 254 vocale composities en circa 70 instrumentale werken.

 

Graven op Internet

Een zoektocht naar de levens van Amsterdammers toegedekt door grafstenen in De Oude Kerk van Amsterdam.
Zie www.gravenopinternet.nl