Juni 2010
locatie: Doopkapel
Familie de Graeff behoorde tot de regentenfamilies, die lange tijd grote invloed uitoefenden op de economie, het bestuur en de financiële sector van de stad Amsterdam.

Vader Jacob Dircksz. de Graeff en moeder Aeltje Boelens Loen woonden in het huis ' De Keyzershoed' in de Niezel, vlakbij de Oude Kerk. Vier van hun vijf kinderen zouden uiteindelijk in het huwelijk treden met een lid van de Bicker familie. De familie maakte zijn fortuin in de lakenhandel en de ijzerhandel. Tussen 1571 en 1578 verbleef de familie in Emden, vanwege de religieuze conflicten in de stad. Uit het huwelijk werden 12 kinderen geboren, waarvan zes op jonge leeftijd overleden.
Agnes de Graeff (1598) jong overleden Cornelis de Graeff (1599-1664), begraven in de Oude Kerk Dirk de Graeff (1601-1637), begraven in de Oude Kerk Andries de Graeff (1602) jong overleden Agnete de Graeff van Polsbroek (1603-1656) Hendrik de Graeff (1605) jong overleden Wendela de Graeff (1607-1652) Christina de Graeff (1609-1679), begraven in de Oude Kerk Andries de Graeff (1611-1678), begraven in de Oude Kerk Jannetje de Graeff (1614) jong overleden Jan de Graeff (1617) jong overleden en nog een jong overleden zoon (1617)

De familie behoorde tot de Vroedschap en leverde een aanzienlijk aantal burgemeesters van Amsterdam. Tevens waren zijn als bewindhebbers betrokken bij de VOC en als commissarissen bij de in 1609 gestichtte Wisselbank. Ook traden zij op als mecenas voor kunstenaars als van Ruisdael, Rembrandt van Rijn en Joost van den Vondel. Zij onderhielden vriendschappelijke betrekkingen met mensen als Johan de Witt, Frans Banninck Cocq, Constatijn Huygens en ook het Huis van Oranje, hoewel zij als Staatsgezinden naar een beperking streefden van de macht van de Oranjes.
De familie bezat een aantal buitenverblijven in Zuid-Polsbroek, Ilpendam. Rond 1650 liet Cornelis de Graeff een huis bouwen bij Soest 'de Hofstede aen Zoestdijk', dat hij in 1674 verkocht aan stadhouder Willem III.
In 1648 kocht Cornelis de Graeff de graven in de doopkapel. Het is de enige grafkelder van de Oude Kerk, dat eens in de 20 jaar door de Burgemeester van Amsterdam moet worden geïnspecteerd. Tot 1651 stond er een eenvoudig ijzeren hek voor de kapel, vanaf dit jaar is er een marmeren sluiting met hekwerk. Ook bevond er in een van de vensters een wapenglas, dat helaas in de 19e eeuw verloren is gegaan. Tot op heden hangt hier wel de rouwkas van Aertje (Arnoldina) de Graeff, dochter van Andries.
Tijdens de restauratie van 1994-1998 werd de kelder leeggepompt en vond men hier een aantal kisten en metalen plaatjes met inscripties van de familie de Graeff. Er werd tevens een dichtgesoldeerd kistje gevonden.

De Amsterdamse Wisselbank
Deze bank, opgericht in 1609, diende als stabiliserende factor op het chaotische bankwezen in de snel groeiende stad. Doordat Amsterdam een belangrijke handelstad was geworden, had de circulatie van vreemde valuta een enorme omvang aangenomen. Met de invoering van de Bankgulden probeerde de stad de valutahandel te controleren.
Hoewel dit niet was toegestaan, verleende de Wisselbank regelmatig grote leningen uit, met name aan de VOC. Deze verstrengeling van financiële belangen ontaarde uiteindelijk in een enorme schuld, die de stad Amsterdam noodde tot een financiële injectie aan de bank van 6 miljoen gulden. Ook moesten de burgemeesters, die de commissarissen van de Wisselbank waren, gedwongen waardeloze papieren van de VOC, waarvan zij veelal bewindhebbers waren, over te nemen van de bank en eventuele schulden terug te betalen. Uiteindelijk werd de bank in 1820 gesloten.
In de Doopkapel liggen begraven Agneta Deutz - 17-10-1678 Alida de Graeff - 22-04-1738 Andries de Graeff - 30-11-1678 Arnoldina de Graeff - 22-09-1703 Cornelia de Graeff - 22-02-1688 Cornelis de Graeff - 04-05-1664 Cornelis de Graeff - 16-02-1719 Cornelis Andries de Graeff - 16-10-1678 Pieter de Graeff - 03-05-1707 Catharina Hooft - 30-09-1691 Jacob de Petersen - 20-01-1691

|