Restauratie De Oude Kerk



Graf van de Maand





September 2008


Huiszitten(meesters)kapel nr. 4

Hierin liggen begraven:

1. Anna Seys (1607)
2. Egbertus Schutterop (1722)
3. Adriaan Scharff (1724)


Anna Seys (1583-1607)
Echtgenote van Adriaan Pauw (1585-1653)


Anna Seys stamt uit een Vlaamse familie, afkomstig uit Gent.
Zij trouwde in 1606 met Adriaen Pauw,  zoon van een rijke handelaar,
die rechten studeerde in Leiden en tweemaal Raadpensionaris van Holland is geweest.
Het huwelijk, waaruit een zoon werd geboren  duurde slechts kort,
want het jaar erop overleed Anna Seys, 24 jaar oud.
Adriaen Pauw trouwde in 1610 met Anna van Ruytenburgh,
waaruit zes kinderen werden geboren.

Adriaen Pauw stond aan het hoofd van de Nederlandse delegatie,
die van 1646 tot 1648 in Münster met de Spanjaarden onderhandelden
over het einde van de Tachtigjarige Oorlog. Bij zijn overlijden werd
hij, als Raadpensionaris, opgevolgd door Johan de Witt.

In 1620 liet hij zich Heer van Heemstede noemen en verbouwde het Huis te Heemstede
om tot een lusthof.  In 1648 bouwde hij de "Pons Pacis" of Vredesbrug, die nog altijd
bestaat. Het slot zelf werd in 1810 afgebroken.
Adriaen Pauw was een groot verzamelaar van beelden, kunst en curiosa.
Zijn Bibliotheca Heemstediana, met 16.000 boeken, groeide uit tot
de grootste van Nederland in die tijd.


Een vredestichter in Munster

Na de dood van Anthonie Duyck in 1629 was de Dordtse pensionaris Jacob Cats tijdelijk raadpensionaris van Holland.
Cats werd in 1631 opgevolgd door Adriaan Pauw die deze functie tot 1636 zou vervullen. In 1651 trad Pauw voor
de tweede maal als raadpensionaris aan, tot zijn dood in 1653. Zijn naam is vooral verbonden met de totstandkoming
van de Vrede van Munster die in 1648 een einde maakte aan de Tachtig-jarige Oorlog.

Adriaan Pauw, geboren in Amsterdam in 1585, kwam uit een familie van kooplieden en stedelijke regenten.
Het in die kringen gebruikelijke streven naar meer rijkdom, aanzien en macht ging in de 17e eeuw gepaard
met pogingen om adellijke titels te verwerven. Dat kon lukken als je goede contacten had met buitenlandse
vorsten (en die had de familie Pauw), of door geld te investeren in (groot) grondbezit, in het bijzonder in landsheerlijkheden.

Grootvader Adriaan Pauw sr. vestigde zich vanuit Gouda, waar hij schepen en burgemeester was geweest,
in Amsterdam als koopman in granen. Vader Reinier Pauw was één van de negen kooplieden die in 1594
de Compagnie van Verre oprichtten, waaruit in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voortkwam.
Tussen 1605 en 1621 was vader Pauw achtmaal gedurende een jaar burgemeester van Amsterdam. Jacobus I
van Engeland en Lodewijk XIII van Frankrijk schonken hem de titel Ridder. In 1619 was Reinier lid van
de bijzondere rechtbank waarvoor onder anderen raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt terechtstond.

Adriaan Pauw jr. kreeg een goede opleiding. Toen hij nog maar net 15 jaar was, ging hij naar de 'Landsakademie'
te Leiden, waar hij rechten studeerde. In 1603 verbleef hij vijf maanden in Engeland ‘voor zijn educatie’.
Hij trouwde op 20-jarige leeftijd. Ruim een jaar later was hij al weduwnaar. Hij bleef met een zoontje achter.
In 1610 promoveerde hij tot ‘Doctor Juris’ met de hoogste graad en vestigde zich als koopman in Amsterdam
op de Dam. In hetzelfde jaar hertrouwde hij, met Anna van Ruytenburgh, een vermogende dame.

Zijn eerste ervaring in de politiek deed hij op als pensionaris van de stad Amsterdam, een functie
waarin hij in 1611 werd benoemd. Hij wist zich tot 1627 als pensionaris te handhaven, ondanks
talloze intriges van Amsterdamse regenten die hem wilden wegwerken. Voor een deel waren
die intriges ingegeven door de weerstand tegen zijn vader Reinier en tegen het vermeende
nepotisme van de Pauwen. Ook jaloezie speelde een rol: het ging de familie Pauw zeer voor de wind.
In 1627 bezat Adriaan Pauw ongeveer 350.000 gulden. Ter vergelijking: de tuinman van Pauw
ontving per jaar 200 gulden.

In 1620 kocht Adriaan de heerlijkheid Heemstede met slot en liet hij zich Heer van Heemstede noemen.
Hij gebruikte het slot als buitenverblijf en voor representatieve doeleinden. Hij bemoeide zich letterlijk
met alles wat zich op zijn domein afspeelde en op grond van zijn landsheerlijke rechten kon en mocht hij dat ook.
Aan drie zijden stelde hij zich teweer tegen aanslagen op zijn grondgebied: in het noorden tegen Haarlem,
in het westen tegen het stuifzand en in het oosten tegen de Haarlemmermeer. Met Haarlem was er voortdurend
geharrewar over de Haarlemmerhout, gelegen op Heemsteeds grondgebied. Ruzie was er ook over Haarlemmers
die Heemsteedse zwanen zouden vangen en omgekeerd. Zwanen waren een delicatesse en Adriaan Pauw
benoemde zijn schout tot 'pluimgraaf' om ‘zijn’ zwanen te beschermen! Ook de jaarlijkse Heemsteedse
en Haarlemse kermis, die in september in de Hout werd gehouden, was een onuitputtelijke bron van moeilijkheden.

Het slot Heemstede liet Adriaan verbouwen en verfraaien. Bovendien verzamelde hij wapens, kunst en boeken.
Zijn kostbare bibliotheek bestond uit meer dan 16.000 delen. In 1631 werd Pauw, inmiddels naar Den Haag verhuisd,
raadpensionaris van de Staten van Holland. Op het terrein van de buitenlandse politiek trof hij stadhouder Frederik
Hendrik frontaal tegenover zich. Die wilde een verbond met Frankrijk sluiten, terwijl Pauw meer zag in een bestand
of zelfs vrede met Spanje. Holland, en vooral Amsterdam (en Pauw), wilden dat de zuidelijke Nederlanden Spaans
zouden blijven. Als deze gebieden soeverein zouden worden, of een met het noorden verbonden gewest,
zou Antwerpen weer concurrent van Amsterdam kunnen worden. 

Frederik Hendrik zond Pauw desondanks naar Frankrijk om een anti-Spaanse verbond tot stand te brengen.
Opmerkelijk genoeg accepteerde Pauw die opdracht. Hij volbracht zijn missie met succes, maar tegelijkertijd
zag hij zijn positie als raadpensionaris in de knel komen door de politieke overwinning van Frederik Hendrik.
Begin 1636 verzocht hij dan ook om ontslag als raadpensionaris.

Toch was zijn rol nog niet uitgespeeld. Toen de Staten-Generaal eindelijk wel aanstuurden op vrede met de
Spaanse koning werd Pauw afgevaardigde voor Holland in de delegatie van de Republiek op het congres
te Munster (1646-1648). In de herfst van 1647 werd overeenstemming bereikt over een voorlopig traktaat met Spanje.
De ratificering daarvan zou Pauw en zijn medestanders nog heel wat hoofdbrekens kosten.
Zo wilde Utrecht alleen vrede sluiten in overleg met Frankrijk. Toch werd op 30 januari 1648 het verdrag
door vijf van de zeven gewesten ondertekend. Een klinkend succes voor Pauw, die door zijn persoonlijke
tussenkomst tal van partijen had overtuigd of gewoon zijn zin had doorgedreven. De voor de Republiek
gunstige bepalingen voor de vrede waren voor een groot deel zijn verdienste.

Opvallend genoeg werd Pauw in 1651 opnieuw benoemd tot raadpensionaris, ondanks de nog steeds
grote weerstand die bij vele regenten tegen zijn persoon bestond. Hij volgde de ouder wordende
Jacob Cats op, tegen wie Amsterdam al jaren had geageerd. Het werd een zorgelijke taak voor Pauw.

In 1652 ontbrandde de Eerste Zee-oorlog met Engeland. De verhouding tussen beide handelsnaties
was al een halve eeuw slecht wegens verschil van opvatting over de vrijheid ter zee. De eerste schoten
werden gewisseld in een conflict bij Dover tussen de admiraals Tromp en Blake. Pauw, die op dat moment
al bijna zeventig jaar was, ging zelf naar Engeland om te proberen een oorlog te voorkomen.
Zijn pogingen daartoe leden schipbreuk. Thuisgekomen werd Pauw ook nog eens in een kwaad daglicht
gesteld door tal van geruchten. Zo zou hij voor een spotprijs de boekerij van de onthoofde Engelse
koning Karel I hebben willen overnemen van 'dictator' Oliver Cromwell. 

Pauw werd bovendien verantwoordelijk gehouden voor de achteruitgang van de vloot.
Onbekenden dreigden zelfs zijn goederen in Heemstede te vernielen. Op advies van Johan de Witt,
de vervanger van Pauw tijdens zijn afwezigheid, werd een pamflet opgesteld waarin werd betoogd
dat Pauw zich in Engeland als een betrouwbaar vertegenwoordiger en als goed patriot van zijn taak
heeft gekweten. In februari 1653 stierf Adriaan Pauw plotseling, middenin een oorlog die hij had
trachten te voorkomen. Johan de Witt, 27 jaar pas, volgde hem als raadpensionaris op.

Johanniek van der Molen

 









DAG IN DAG UIT
informatie over de voortgang van de restauratie

Restauratie pagina