| |
Restauratie De Oude Kerk Graf van de Maand Juli 2008 HET ONBEKENDE GRAF In De Oude Kerk liggen vele mensen begraven, waarvan de specifieke begraafplek niet meer te achterhalen valt. Met name in het begin van de 17e eeuw werd niet altijd de begraafplek genoteerd in een van de vele begraafboeken. De reden hiervoor blijft vooralsnog onbekend. In deze zogenaamde 'onbekende graven' liggen echter zeer interessante mensen begraven. Het was bijvoorbeeld lang onbekend waar Saskia van Uylenburgh, de echtgenoot van Rembrandt begraven lag, echter na lang onderzoek vond de archivaris van De Oude Kerk, mej. Bijtelaar, de exacte plek van dit graf. Derhalve werd in 1955, in aanwezigheid van burgemeester d'Ailly de grafsteeen met het opschrift onthuld. Maar ook is de plek, waar Vondel zijn geliefde vrouw Maayken de Wolff begroef, en hun kinderen, niet bekend. Wij weten, dankzij het bekende gedicht 'Lijkklacht aan het Vrouwenkoor', dat zij werd begraven in de Mariakapel. Voor de maand van het graf juli 2008 hebben wij gekozen voor een van de vele bijzondere mensen, waarvan het grafnummer onbekend is. Niet alleen heeft deze persoon een belangrijke rol gespeeld in de Vaderlandse geschiedenis, maar kunnen wij naar aanleiding van zijn leven ook iets vertellen over de band tussen De Oude Kerk en de zeevaart. De Oude Kerk was (en is) een echte Havenkerk, waar vroeger een zilveren Koggeschip hing, die eens per jaar in een procesie door de stad werd gedragen. Sinds vorig jaar is De Oude Kerk opnieuw een drietal schepen rijk. Meer informatie hierover vindt u: hier. Adriaen Block (1567 - 1627) Hij was een Nederlandse ontdekkingsreiziger, die in 1611 naar het zojuist door Henry Hudson ontdekte gebied in Amerika vertrok, om te kunnen onderzoeken of er met de Indianen een bonthandel zou kunnen worden opgezet. Niet alleen keerden zij inderdaad terug met een lading bont, maar ook met twee zonen van het opperhoofd van een indianenstam. Adriaen Block kreeg van Prins Maurits het patent op de bonthandel in Noord-Amerika. Echter, toen Block in 1613 voor de derde keer afvaart naar de Hudsonrivier, ontmoette hij de scheepslieden van de Hans Claesz. Compagnie, die op hun beurt het alleenrecht opeisden. Een jaar later kwam er eindelijk een einde aan de strijd tussen de Van Tweenhuysen Compagnie en de Hans Claesz. Compagnie. Uiteindelijk zou de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621 de handel met de Nieuwe Wereld gaan leiden. In 1614 reisde Adriaen Block voor de 4e keer af naar de West. In de buurt van zuidelijk Manhatten werd het schip De Tijger door brand verwoest. In de winter bouwde Block samen met zijn mannen en met hulp van Indianen van de Lenape-stam een nieuw schip, dat zij de naam Onrust gaven. Met dit schip werd de East River, een zeestraat in New York, onderzocht. Vervolgens ging de reis naar het Hellegat (voor zover bekend was Adriaen Block de eerste Europeaan die hier doorheen voer). Nadat zij Long Island Sound verlaten kwam hij langs een eiland, dat hij Roode Eylandt noemde, vanwege de roodkleurige heide op het eiland. Ook bezocht hij een eiland, dat nu Block Island heet. In Connecticut zette hij een Nederlandse Kolonie op poten, waar het leven bijzonder moeizaam was, mede vanwege het feit dat de rivier in de winter bevroren was en wegvaren dus onmogelijk maakte. Block tekende ook een plattegrond van het gebied, dat hij op zijn reizen bezocht. ![]() Later in zijn leven zou Adriaen Block het commando krijgen over een vloot walvisvaarders, die naar Spitsbergen zou varen. Block werd op 27 april 1627 naast zijn vrouw Neeltgen Heijndricx van Gelder in De Oude Kerk begraven. Jarenlang woonden zij in het huis 'Twee bonte craijen' aan de Oude Waal, in de buurt van de Montelbaentoren. Nieuw Nederland In 1609 voer Henry Hudson in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie via het noordoosten naar Azië, hoewel Willem Barentsz (en Jacob van Heemskerk) al eerder hadden gemerkt dat deze route onmogelijk was. Hudson was echter persoonlijk geïnteresseerd in Noord-Amerika. Tijdens deze VOC-expeditie 'ontdekte' hij een rivier, die later de Hudsonrivier genoemd zou worden. De Nederlanden waren echter rijkelijk laat met hun 'ontdekking' van Amerika. Grote delen waren reeds door de Engelsen en Fransen in bezit genomen. De VOC beperkte zich tot de handel met de Oost en toonde aanvankelijk weinig interesse in de West. 1609 was echter ook het jaar waarin de Republiek en Spanje het Twaalfjarige Bestand sloten, zodat de Nederlanden hun aandacht van de strijd met de Spanjaarden konden verleggen naar nieuwe werelden. In 1614 werd, vlakbij het huidige Albany, Fort Nassau gesticht. En, nadat dit na nauwelijks 4 jaar weer werd verlaten, in 1618 Fort Oranje. De meeste forten werden gebouwd in het gebied van de Lenape Indianen, die de voornaamste leveranciers waren van de huiden die belangrijk waren voor de Nederlandse handel. Langzamerhand kochten de Nederlanders meer land van de Indianen. De eerste aankoop betrof het eiland Manhatten, door Pierre Minuit. De meeste nederzettingen waren in de eerste plaats bestemd voor het verkrijgen van proviand en maakte slechts een beperkte kolonisatie noodzakelijk. De eerste Nederlandse kolonisten gingen in 1624 wonen op Noten Eylant, nu Governors Island, het waren voornamelijk Waalse families, die zich later zouden vestigen op Manhatten. In 1629 stelde de West-Indische Compagnie de basisregels voor het stichten van Nieuw Nederland in. Kiliaen van Rensselaer, ook begraven in De Oude Kerk, was een diamanthandelaar en nauw betrokken bij de organisatie van de WIC. Toen hij in 1631 aftrad als bewindhebber van de WIC, wijdde hij zich aan de kolonisatie van Rensselaerswijck. In 1652 richtte Petrus Stuyvesant, die sinds 1647 directeur generaal was van Nieuw Nederland de stad Beverwijck op, in een poging de invloed van Rensselaerswijck in de perken. Pierre Minuit was inmiddels afgezet als directeur van Nieuw Nederland en stichtte in 1638 in naam van de Zweeds koning de kolonie Nieuw-Zweden. In 1655 verovert Stuyvesant deze kolonie, hernoemde het voormalige Nieuw-Zweden tot Nieuw Amsterdam. Hierop besluit het stadsbestuur van Amsterdam zelf een stad op te richten in de kolonie. 300 kolonisten gingen naar Amerika en stichtten Nieuw-Amstel. Vanaf 1664 was de provincie in handen van de Engelsen, tot deze in 1673 opnieuw overging in Nederlandse handen. Uiteindelijk werd op 10 november 1674 de Vrede van Westminster getekend, waarbij besloten werd het gebied over te dragen aan de Engelsen, die het New York gingen noemen, naar de Hertog van York. DAG IN DAG UIT informatie over de voortgang van de restauratie Restauratie pagina |