Dispositie orgels

Vater-Mullerorgel

Hoofdwerk (C-c''')

Prestant 16'
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Quint 6'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Roerquint 3'
Octaaf 2'
Fluit 2'
Sexquialter disc. 4 st.
Mixtuur 5-8 st.
Scherp 4-6 st.
Trompet 16'
Trompet 8'

Rugwerk
Prestant 8'
Holpijp 8'
Quintadena 8'
Octaaf 4'
Gemshoorn 4'
Quint 3'
Octaaf 2'
Woudfluit 2'
Cornet disc. 5 st.
Sexquialter 2-4 st.
Carillon 3-4 st.
Mixtuur 5-8 st.
Scherp 3-5 st.
Fagot 16'
Trompet 8'  

Bovenwerk
Quintadena 16'
Prestant 8'
Baarpijp 8'
Quintadena 8'
Viola di Gamba 8'
Octaaf 4'
Gemshoorn 4'
Nasard 3'
Sexquialter 4 st.
Cymbel 3 st.
Trompet 8'
Dulciaan 8'
Vox Humana 8'

Pedaal (C-d')
Prestant 16'
Subbas 16'
Prestant 8'
Roerquint 6'
Octaaf 4'
Nachthoorn 2'
Mixtuur 6-st.
Bazuin 16'
Trompet 8'
Trompet 4'
Zink 2'  

3 tremulanten
koppels: Hw + Bw / Hw + Rp / Ped + Hw

Toonhoogte
ca. 1/8 toon boven a'=440 Hz

Stemming
gelijkzwevend

algemene bezoekersinformatie

 

Transeptorgel 

Hoofdwerk (C-d''')
Prestant 8'
Holpijp 8'
Quintadena 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Super Octaaf 2'
Gemshoorn 2'
Mixtuur
Scherp
Trompet 8'

Borstwerk

Gedekt 8'
Prestant 4'
Octaaf 2'
Dulciaan 8'

Pedaal (C-d')
Bourdon 16'
Octaaf 8'
Trompet 8'

Tremulant
koppel: Ped + Hw

Toonhoogte
a'=440 Hz

Stemming
1/4 komma middentoon


Kabinetorgel 

Holpijp 8 vt. gehalveerd
Prestant 8 vt. discant
Prestant 4 vt. gehalveerd
Fluyt 4 vt. Gehalveerd

Quint 3 vt. bas
Octaaf 2 vt. gehalveerd
Sexquialte 2 vt. sterk, discant

terug naar de orgels

Middentoonstemming van het transeptorgel 
Tijdens de restauratie van de kerk werd besloten het orgel te reconstrueren. Orgelbouwer Ahrend maakte er een schitterend nieuw binnenwerk in, gekopieerd naar het oude voorbeeld. Het orgel maakte naam, en werd al snel door de orgelliefhebbers in het hart gesloten. Toch bleef één wens onvervuld. Immers, de klank van het orgel was zeventiende-eeuws, maar de stemming was modern: ‘gelijkzwevend’. De orgels die werden gebouwd tussen 1500 en 1700 stonden in een andere stemming, de ‘middentoon-stemming’. Wie het verschil tussen deze twee stemmingen wil uitleggen komt niet om wiskundige formules heen, maar het effect op de luisteraar is subtiel, en toch meteen duidelijk. Kort gezegd komt het erop neer dat in de gelijkzwevende stemming alle toonsoorten bruikbaar zijn, maar ook allemaal een beetje vals, terwijl in de middentoonstemming sommige akkoorden bruikbaar en zeer zuiver zijn, terwijl de andere onbruikbaar vals zijn. Componisten hielden daar natuurlijk rekening mee, en daarom klinkt alle muziek van vóór 1700 veel beter in de middentoonstemming.

Orgelbouwer Ahrend had zelf graag een oude stemming in het orgel gebracht, maar in de jaren ‘60 vond men een dergelijke stap nog te gewaagd. Inmiddels is de ervaring met oude muziek veel groter geworden, en ook zijn een aantal orgels, zoals dat in de Leidse Pieterskerk, weer in middentoon gestemd. Daarmee hebben we kunnen horen hoe belangrijk die stemming is voor het effect van de muziek. De laatste jaren ging dan ook in het kleine orgel van de Oude Kerk het contrast storen tussen de zeventiende-eeuwse klankwereld en de moderne stemming. Het is daarom bijzonder gelukkig dat geld gevonden kon worden om het orgel zijn oude stemming terug te geven. De omstemming was een beperkte ingreep, in de zin dat de klankkleur en de samenstelling van het orgel gelijk zijn gebleven. Wel zijn bijna alle pijpen een heel klein stukje korter of langer geworden, en al met al was dat natuurlijk toch veel werk. Zo is het kleine orgel van de Oude Kerk is weer een eenheid. Voor het oog (de kast) en het oor (klankkleur én stemming) is het weer een instrument uit de Hollandse zeventiende eeuw, volmaakt passend in de Oude Kerk, waar de Gouden Eeuw nu niet alleen tastbaar, maar ook hoorbaar aanwezig is.